ECLI:NL:HR:2025:226
Hoge Raad · 11-02-2025 · zaaknummer 22/02556
Inhoudsindicatie
Overdragen van vuurwapen (art. 31.1 WWM) en voorhanden hebben van vuurwapen (art. 26.1 WWM). Vrijspraak in eerste aanleg. Pseudokoop vuurwapen (art. 126i Sv) en beroep op instigatieverbod. Is verdachte gebracht tot het begaan van andere strafbare feiten dan waarop zijn opzet al tevoren was gericht? O.g.v. art. 126i.2 Sv mag opsporingsambtenaar bij uitvoering van (onder meer) bevel om goederen af te nemen verdachte niet tot andere strafbare feiten brengen dan waarop opzet van verdachte al tevoren was gericht. Dit voorschrift strekt mede tot bescherming van het in art. 6 EVRM gewaarborgde recht op eerlijk proces. HR herhaalt relevante overwegingen uit EHRM nr. 74420/01 (Ramanauskas tegen Litouwen) m.b.t. “clear limits” en uit EHRM nr. 40495/15 (Akbay e.a. tegen Duitsland) over vraag of sprake is van “police incitement” en in hoeverre optreden van opsporingsambtenaren “essentially passive” is, en over rechterlijke toetsing in geval van beroep door verdediging op instigatieverbod. Hof heeft vastgesteld dat op 25-5-2020 bij politie een MMA-melding is binnengekomen, die inhield dat verdachte op zijn Snapchataccount foto’s van vuurwapens en munitie zou tonen en te koop zou aanbieden. Deze melding vond later bevestiging in gesprekken tussen o.m. verdachte en A die kennelijk betrekking hadden op handel in wapens, waaronder chatgesprek van 6-7-2020, waarin verdachte in reactie op vraag over het regelen van “clock 9mm”, aangeeft die snel te kunnen regelen. Uit ‘s hofs vaststellingen volgt verder dat opsporingsambtenaar op 29-5-2020 en 2-6-2020 op Snapchat berichten van verdachte heeft gezien waarin verdachte verdovende middelen aanbood. Nadat opsporingsambtenaar 1 gram drugs had afgenomen van verdachte, heeft opsporingsambtenaar op 6-8-2020 vervolgens gevraagd of verdachte “iets” kon regelen, omdat hij “iets” nodig had “ter bescherming” en “om bij hem te dragen”, waarna verdachte (na korte onderhandeling) aangaf dat hij “iets kleins” kon regelen en later op de dag een vuurwapen aan opsporingsambtenaar heeft overgedragen. O.b.v. vaststellingen heeft hof geoordeeld dat er voorafgaand aan bevelen tot pseudokoop (van 15-7-2020 en 6-8-2020) “al sterke aanwijzingen waren dat verdachte zich (...) bezighield met handel in wapens” en dat verdachte niet is gebracht tot het begaan van andere strafbare feiten dan waarop zijn opzet al tevoren was gericht. Dit oordeel getuigt (gelet op art. 126i.2 Sv en hiervoor genoemde rechtspraak EHRM) niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Advocaten
- A.A.G. Balkenende
- M.E. van Wees
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
