ECLI:NL:HR:2025:225
Hoge Raad · 11-02-2025 · zaaknummer 22/02893
Inhoudsindicatie
Opzettelijk aanwezig hebben van 4.690 hennepplanten en hennepstekken in door verdachte gehuurde loods, terwijl verdachte voorbereidingen heeft getroffen ten behoeve van hennepkwekerij maar niet is gebleken dat hij betrokken was bij daadwerkelijke kweek (art. 3.C Opiumwet). Bewijsklacht opzettelijk aanwezig hebben van hennep. Had verdachte (voorwaardelijk) opzet op aanwezigheid van hennep en kon hij daarover feitelijke macht uitoefenen? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1945 over ‘aanwezig hebben’ a.b.i. Opiumwet. Hof heeft met zijn oordeel dat verdachte ten minste aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat loods zou worden gebruikt voor kweken van hennep, tot uitdrukking gebracht dat verdachte (voorwaardelijk) opzet had op aanwezigheid van de hennepplanten en hennepstekken die in loods zijn aangetroffen. Dat is niet onbegrijpelijk. In ’s hofs oordeel dat verdachte hennep opzettelijk aanwezig heeft gehad, nu kwekerij zich ‘zowel formeel als feitelijk in machtssfeer’ van verdachte bevond, ligt als zijn oordeel besloten dat verdachte feitelijke macht over hennep kon uitoefenen in de zin dat hij daarover kon beschikken. Dit oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk in het licht van ’s hofs vaststellingen, die o.m. inhouden dat verdachte huurder van pand was, over sleutel van loods beschikte en daarmee toegang tot loods had. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- J. Boksem
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
