ECLI:NL:HR:2025:212
Hoge Raad · 18-02-2025 · zaaknummer 23/01425
Inhoudsindicatie
Witwassen van geldbedrag (art. 420bis.1.a Sr). Bewijsklacht verbergen van vindplaats en verbergen en verhullen van rechthebbende. Uit bewijsvoering kan worden afgeleid dat verdachte een geldbedrag van € 75.160 heeft bewaard in zijn woning. Dit geldbedrag bevond zich in holle ruimte onder trap. Die ruimte was bereikbaar door luikje dat met klemmetjes was vastgemaakt in traptrede. Dat luikje werd pas zichtbaar na het verwijderen van vloerbedekking op die traptrede. Gelet op deze verborgen ruimte, die kennelijk speciaal voor het langdurig en heimelijk verbergen van voorwerpen was gecreëerd en waarin uit misdrijf afkomstig geldbedrag ook daadwerkelijk was verborgen, is bewezenverklaring wat betreft het ‘verbergen van vindplaats’ toereikend gemotiveerd en heeft verdachte geen belang bij zijn klacht over bewezenverklaring van het ‘verbergen en verhullen van rechthebbende’. Volgt verwerping. Samenhang met 23/01480, 23/01487 en 23/01525 en met 23/01428 (niet gepubliceerd; geen middelen ingediend, verdachte n-o).
Advocaten
- N. van Schaik
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
