ECLI:NL:HR:2025:194
Hoge Raad · 11-02-2025 · zaaknummer 22/03006
Inhoudsindicatie
Handelen in strijd met een door burgemeester opgelegd tijdelijk huisverbod, art. 11 Wet tijdelijk huisverbod. Bewijsklacht t.a.v. “zich ophouden in nabijheid van”. Heeft verdachte zich opgehouden in nabijheid van woning waar huisverbod op rustte? Hof heeft vastgesteld dat verdachte n.a.v. verdenking van huiselijk geweld ex art. 2 Wth tijdelijk huisverbod opgelegd heeft gekregen m.b.t. echtelijke woning. Op grond daarvan mocht verdachte deze woning niet betreden noch zich daarbij ophouden. Hof heeft verder vastgesteld dat verdachte zich na het uitvaardigen van dit huisverbod bevond in woning die samen met echtelijke woning een twee-onder-een-kap woning vormt. Hof heeft geoordeeld dat verdachte zich zodoende in strijd met opgelegd huisverbod heeft opgehouden in nabijheid van echtelijke woning. Dat oordeel getuigt, mede gelet op wetsgeschiedenis bij Wth, niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG gaat in op ontvankelijkheid van cassatieberoep (eisen aan schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van cassatieberoep van advocaat aan griffiemedewerker bij e-mailbericht).
Rechters
Advocaten
- B.J. Tieman
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
