ECLI:NL:HR:2025:19
Hoge Raad · 07-01-2025 · zaaknummer 22/02130
Inhoudsindicatie
Belediging van politieambtenaar (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr) en aanwezig hebben van cocaïne in zakjes in zijn garage (art. 2.C Opiumwet). 1. Bewijsklacht belediging t.a.v. “gedurende rechtmatige uitoefening van zijn bediening”. Kon hof oordelen dat uitlatingen van verbalisanten aan verdachte bezwaarlijk anders kunnen worden begrepen dan als (meermalen) tot hem gerichte vordering om zijn mobiele telefoon neer te leggen, waaraan verdachte geen gehoor gaf? 2. Strafbaarheid belediging. Heeft hof gereageerd op noodweerverweer? 3. Bewijsklacht aanwezig hebben van cocaïne. Kon hof oordelen dat verdachte gelet op alle omstandigheden in onderling verband en samenhang bezien bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat er in een van zakjes cocaïne zou zitten? 4. Gebruik van handboeien, art. 22 Ambtsinstructie politie. Kan uit omstandigheid dat verdachte bij zijn aanhouding “recalcitrant” was, worden afgeleid dat er redelijkerwijs gevaar voor inzittenden van politieauto te duchten viel? HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- A.R. Maarsingh
- D.J.C. Aben
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
