Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2025:1818

Hoge Raad · 02-12-2025 · zaaknummer 23/03756

StrafrechtGepubliceerd 01-12-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Profijtontneming, w.v.v. uit actieve niet-ambtelijke omkoping. 1. Kan klacht gericht tegen beslissing van hof in samenhangende strafzaak worden aangemerkt als cassatiemiddel? 2. Toerekening w.v.v. van vennootschap aan bestuurder van vennootschap. Kon hof oordelen dat betrokkene (bestuurder van vennootschap) en vennootschap moeten worden “vereenzelvigd”? Ad 1. Als middel a.b.i. wet kan alleen gelden stellige en duidelijke klacht over schending van bepaalde rechtsregel en/of verzuim van toepasselijk vormvoorschrift door rechter die bestreden uitspraak (hier: in ontnemingszaak) heeft gewezen. Klacht voldoet niet aan dit vereiste, zodat zij onbesproken moet blijven. Ad 2. In strafzaak is betrokkene veroordeeld voor niet-ambtelijke omkoping, terwijl ook door betrokkene bestuurde rechtspersoon (vennootschap A) is veroordeeld voor die niet-ambtelijke omkoping. Daarbij heeft hof geoordeeld dat gedragingen van betrokkene redelijkerwijs aan vennootschap kunnen worden toegerekend. Bij bepaling van w.v.v. moet, mede gelet op reparatoir karakter van maatregel a.b.i. art. 36e Sr, worden uitgegaan van voordeel dat betrokkene in concrete omstandigheden van geval daadwerkelijk heeft behaald (vgl. HR:2022:840). Hof heeft overwogen dat met verkoop van “private equity” portefeuille door B aan C provisie was gemoeid van 2% van verkoopwaarde van die portefeuille en dat die aan vennootschap A betaalde provisie het resultaat is van niet-ambtelijke omkoping. Verder heeft hof overwogen dat betrokkene in bewezenverklaarde periode “enig bestuurder en aandeelhouder was en ook enige persoon die werkzaam was voor vennootschap A” en dat alleen hij “volledige beschikkingsmacht over vennootschap A en daarmee ook over vermogen daarvan” had. Op die grond heeft hof geoordeeld dat betrokkene en vennootschap A “in dit verband kunnen worden vereenzelvigd”. V.zv. hierin besloten ligt dat betrokkene en vennootschap A moeten worden vereenzelvigd (in die zin dat identiteitsverschil tussen die beide (rechts)personen volledig moet worden weggedacht (vgl. HR:2000:AA7480)), geeft dit oordeel blijk van onjuiste rechtsopvatting, nu uit ’s hofs vaststellingen geen uitzonderlijke omstandigheden blijken die zo’n oordeel, dat verder strekt dan slechts toerekening van het door vennootschap A ontvangen provisiebedrag als w.v.v. aan betrokkene, kunnen dragen. V.zv. hof op andere grond door vennootschap A ontvangen provisiebedrag heeft aangemerkt als wederrechtelijk voordeel dat niet alleen door vennootschap A maar ook door betrokkene is ontvangen, is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd. Uit ’s hofs vaststellingen blijkt niet of en, zo ja, in hoeverre betrokkene daarover in die mate vrijelijk en te eigen bate heeft beschikt of heeft kunnen beschikken dat die provisie als daadwerkelijk w.v.v. aan betrokkene kan worden toegerekend. Daarbij zijn ‘s hofs vaststellingen ook onvoldoende om te kunnen oordelen dat sprake is van “gemeenschappelijk voordeel” dat zowel aan vennootschap A als aan betrokkene, ieder voor geheel, kan worden toegerekend (vgl. HR:2015:884). Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 23/03753, 23/03755 en 23/03761 P.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.