Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2025:1775

Hoge Raad · 25-11-2025 · zaaknummer 23/02656

StrafrechtGepubliceerd 21-11-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voorhanden hebben van pistool en verschillende soorten munitie (art. 26.1 WWM). Redelijke termijn in eerste aanleg, HR geeft in aanvulling op HR:2008:BD2578 handvatten voor beoordeling van redelijke termijn in feitelijke aanleg in geval van gedeeltelijke voorlopige hechtenis. Is 16-maandentermijn of 2-jaarstermijn van toepassing, nu verdachte zich deel van behandeling in e.a. (ruim 13 maanden) in voorlopige hechtenis bevond, terwijl hij tussen datum inverzekeringstelling en uitspraak Rb ruim 42 maanden van in totaal 56 maanden in vrijheid heeft doorgebracht? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2008:BD2578 m.b.t. beperkte toetsing in cassatie van oordeel van feitenrechter inzake redelijke termijn en gevallen waarin sprake is van overschrijding van redelijke termijn. Als verdachte gedurende deel van procesfase (tussen (i) moment dat redelijke termijn aanvangt tot einduitspraak in e.a., dan wel (ii) moment dat rechtsmiddel wordt ingesteld tot einduitspraak in hoger beroep) van zijn vrijheid is benomen omdat hij zich i.v.m. zaak in voorlopige hechtenis bevindt, is het volgende van belang voor beantwoording van vraag van welke behandelduur (2 jaren of 16 maanden) de feitenrechter moet uitgaan. Als verdachte gedurende procesfase in totaal 16 maanden of langer heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis, dan moet feitenrechter uitgaan van duur van 16 maanden waarbinnen, na aanvang van redelijke termijn resp. instellen van rechtsmiddel, behandeling van zaak ttz. in betreffende instantie (e.a. of h.b.) in de regel met einduitspraak moet zijn afgerond. Niet bepalend is of verdachte in voorlopige hechtenis verbleef op dag dat 16 maanden zijn verstreken na aanvang van redelijke termijn resp. instellen van rechtsmiddel. Als tijd die verdachte tijdens procesfase in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht minder dan 16 maanden bedraagt, dan neemt rechter als uitgangspunt dat behandeling van zaak ttz. in betreffende instantie (e.a. of h.b.) in de regel met einduitspraak moet zijn afgerond binnen 2 jaren na aanvang van redelijke termijn resp. instellen van rechtsmiddel. Rechter kan daarvan echter afwijken (en dan kiezen voor uitgangspunt van afronding binnen 16 maanden) als verhouding tussen tijd die verdachte in betreffende procesfase in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, en tijd waarin dat niet het geval is geweest, daartoe aanleiding geeft. Hiervoor laat zich geen algemene regel geven. Oordeel van feitenrechter hierover kan HR daarom alleen op begrijpelijkheid toetsen. Hof heeft vastgesteld dat redelijke termijn in e.a. is overschreden en heeft daarbij geoordeeld dat tot uitgangspunt moet worden genomen dat behandeling van zaak in e.a. moest zijn afgerond binnen 2 jaren nadat verdachte in verzekering was gesteld. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk, nu uit stukken blijkt dat verdachte tussen zijn inverzekeringstelling en uitspraak Rb minder dan 16 maanden in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht en ruim 42 maanden van 56 maanden die vanaf aanvang van redelijke termijn tot einduitspraak in e.a. zijn verstreken, in vrijheid heeft doorgebracht. Volgt verwerping. Samenhang met 23/02617 en 23/02686.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.