ECLI:NL:HR:2025:1769
Hoge Raad · 25-11-2025 · zaaknummer 23/02686
Inhoudsindicatie
Medeplegen grootschalige handel in valse Britse muntstukken (van 1 pond) door deze gedurende lange periode te produceren, op te slaan, te vervoeren en uit te voeren naar Groot-Brittannië, art. 209 Sr. Bewijsklacht medeplegen “uitvoeren”. Kon hof oordelen dat verdachte zo nauw en bewust met anderen heeft samengewerkt dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan medeplegen uitvoeren van valse Britse muntstukken van 1 pond, nu verdachte geen intellectuele en/of materiële bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan het uitvoeren van muntstukken? Onder “uitvoeren” a.b.i. art. 209 Sr valt het buiten grondgebied van Nederland brengen van de in die bepaling bedoelde muntspeciën en munt- en bankbiljetten. Dat kan, gelet op wetsgeschiedenis van art. 209 Sr, zich ook voordoen bij gedragingen die zijn gericht op “bewegingen landuitwaarts”. Opvatting dat van “uitvoeren” a.b.i. art. 209 Sr pas sprake kan zijn als muntspeciën of munt- of bankbiljetten het grondgebied van Nederland al hebben verlaten, is te beperkt en dus onjuist. Volgt verwerping. Samenhang met 23/02617 en 23/02656.
Advocaten
- E.E.W.J. Maessen
- H.P.H.M.C. van Kempen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
