Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2025:171

Hoge Raad · 04-02-2025 · zaaknummer 23/03573

StrafrechtGepubliceerd 31-01-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Belediging van wethouder door gemeenteraadslid (meermalen gepleegd) door op Facebookpagina van politieke partij wethouder ervan te beschuldigen verantwoordelijk te zijn voor plegen van valsheid in geschrift, hem een “professionele pathologische leugenaar” te noemen en te stellen dat hij “over lijken gaat om zijn leugens te verbergen” en daarbij misbruik maakt van zijn positie en contacten, art. 266.1 Sr. Beroep op recht op vrijheid van meningsuiting, art. 10 EVRM. In art. 10 EVRM gegarandeerd recht op vrijheid van meningsuiting staat aan strafrechtelijke veroordeling voor eenvoudige belediging a.b.i. art. 266 Sr niet in de weg als zo’n veroordeling o.g.v. art. 10.2 EVRM toegelaten (bij wet voorziene, gerechtvaardigd doel dienende en daartoe in democratische samenleving noodzakelijke) beperking van vrijheid van meningsuiting vormt. Daarvan is in de regel sprake bij uitlatingen die aanzetten tot geweld, haat of discriminatie en onverdraagzaamheid, of uitlatingen die om andere redenen strijdig zijn met grondbeginselen van democratische rechtsstaat. Als het gaat om andere uitlatingen moet strafrechter (mede in het licht van rechtspraak van EHRM over art. 10 EVRM) bij beoordeling van strafbaarheid van uitlating wegens eenvoudige belediging in voorkomend geval rekening houden met (i) bewoordingen van die uitlating en vraag of sprake is van waardeoordeel of feitelijke beschuldiging, (ii) context waarin uitlating is gedaan, waaronder ook (functie van) persoon die uitlating deed en (functie van) persoon op wie uitlating betrekking heeft, (iii) manier van openbaarmaking van uitlating, (iv) vraag of uitlating een bijdrage kan leveren aan publiek debat of uiting is van artistieke expressie, en (v) vraag of uitlating onnodig grievend is. Bij beoordeling van vraag of uitlating onnodig grievend is, moet, als het gaat om uitlating door politicus i.h.k.v. publiek debat (politiek debat daaronder begrepen) onder ogen worden gezien enerzijds belang dat betreffende politicus daadwerkelijk in staat moet zijn zaken van algemeen belang aan de orde te stellen ook als zijn uitlatingen kunnen kwetsen, choqueren of verontrusten, maar anderzijds ook verantwoordelijkheid die politicus in publiek debat draagt om te voorkomen dat hij uitlatingen verspreidt die strijdig zijn met wet en met grondbeginselen van democratische rechtsstaat (vgl. HR:2014:3583). Tot slot moet strafrechter zich ervan rekenschap geven dat strafrechtelijk optreden als geheel (waaronder ook bestraffing) niet zo ingrijpend mag zijn dat daarvan “chilling effect” uitgaat op personen die gebruik willen maken van hun recht op vrijheid van meningsuiting. Hof heeft o.b.v. zijn vaststellingen geoordeeld dat uitlatingen van verdachte niet vallen onder bescherming van art. 10 EVRM en als belediging a.b.i. art. 266.1 Sr kunnen worden gekwalificeerd, nu uitlatingen geen bijdrage kunnen leveren aan publiek debat en er niet toe strekken oordeel te geven over behartiging van openbare belangen, maar “louter grievend” zijn en er enkel toe strekken betreffende wethouder in kwaad daglicht te zetten, en onmiskenbaar eer en goede naam van die wethouder aantasten. Daarmee heeft hof ten eerste tot uitdrukking gebracht dat het uitlatingen van verdachte, mede gelet op bewoordingen daarvan, beschouwt als niet meer dan ongefundeerde persoonlijke aanval op wethouder en ten tweede dat hof de verdediging niet volgde v.zv. aan haar betoog ten grondslag lag dat verdachte te goeder trouw een op feiten gebaseerde bijdrage wilde leveren aan publiek debat. ‘s Hofs oordelen geven niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en zijn, ook in het licht van gevoerd verweer, niet onbegrijpelijk. Ook voor het overige blijkt niet dat hof (dat verdachte heeft veroordeeld tot taakstraf van 20 uren) het hiervoor weergegeven kader heeft miskend. Volgt verwerping.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.