ECLI:NL:HR:2025:169
Hoge Raad · 04-02-2025 · zaaknummer 22/03416
Inhoudsindicatie
Groot aantal diefstallen (art. 310 Sr), verduistering (art. 321 Sr) en opzetheling (art. 416.1.a Sr). Voorwaardelijke ISD-maatregel opgelegd, art. 38m jo. art. 38p Sr. 1. Vereisten van art. 38m.1 Sr. Kon hof bij zijn oordeel dat is voldaan aan vereisten voor opleggen van ISD-maatregel de vorige aan verdachte opgelegde ISD-maatregel en daaraan voorafgaande veroordelingen betrekken? 2. Bereidverklaring behandelvoorwaarde, art. 38p.5 Sr. Heeft hof in strijd met art. 38p.5 Sr bij opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregel als bijzondere voorwaarde gesteld dat verdachte zich klinisch laat behandelen, zonder dat verdachte zich bereid heeft verklaard die behandeling te ondergaan? Ad 1. ’s Hofs oordeel dat rechter voor toepassing van art. 38m.1.2 Sr ook veroordeling van verdachte (in 5 jaren voorafgaand aan het door hem begane feit) tot inmiddels tenuitvoergelegde ISD-maatregel in zijn beoordeling kan betrekken, is juist. Ad 2. Rechter die bij het opleggen van voorwaardelijke ISD-maatregel de in art. 38p.5 Sr bedoelde voorwaarde stelt dat verdachte zich ambulant of intramuraal laat behandelen, moet er in motivering van zijn beslissing blijk van geven dat verdachte zich bereid heeft verklaard die behandeling te ondergaan (vgl. HR:2023:1421). Hof heeft in zijn overwegingen het advies van reclasseringsinstelling betrokken, dat onder meer inhoudt: “In gesprek vertelt betrokkene meermaals dat hij open staat voor klinisch behandeltraject. Dit in tegenstelling tot zijn vorige ISD-maatregel waarin hij stellig bleef aangeven dat hij niet klinisch opgenomen wilde worden. (...) Gezien de motivatie die betrokkene momenteel laat zien, willen wij hem kans bieden om klinisch behandeltraject te doorlopen met als doel stabiliteit creëren op leefgebieden waardoor kans op recidive afneemt.” Tegen deze achtergrond heeft hof overwogen dat “verdachte thans hulpverlening lijkt te accepteren”. Daarmee heeft hof als zijn oordeel tot uitdrukking gebracht dat verdachte zich bereid heeft verklaard behandeling a.b.i. art. 38p.5 Sr te ondergaan, en heeft het aan opgelegde voorwaardelijke ISD-maatregel bijzondere voorwaarden verbonden die o.m. inhouden dat verdachte zich klinisch en ambulant laat behandelen. ‘s Hofs oordeel is niet toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat wat door raadsman ttz. in hoger beroep naar voren is gebracht, niet anders kan worden opgevat dan dat verdachte niet de in art. 38p.5 Sr bedoelde bereidheid heeft. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. sanctieoplegging en terugwijzing.
Advocaten
- C.J.M. Jansen
- E.J. Hofstee
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
