ECLI:NL:HR:2025:1674
Hoge Raad · 11-11-2025 · zaaknummer 23/03898
Inhoudsindicatie
Lokaalvredebreuk door ondanks opgelegd lokaalverbod bij politiebureau naar binnen te gaan, art. 139.1 Sr. Bewijsklacht “wederrechtelijk” binnendringen. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1464 t.a.v. vereisten voor wederrechtelijk binnendringen. Antwoord op vraag of het opleggen van lokaalverbod onrechtmatig is, wordt beheerst door burgerlijk recht, i.h.b. eigendomsrecht of met eigenaar overeengekomen contractueel gebruiksrecht van rechthebbende. Uit eigendomsrecht voortvloeiend gebruiksrecht is o.g.v. art. 5:1.2 BW in beginsel exclusief. Dit recht vindt echter zijn beperking in rechten van anderen alsmede in wettelijke voorschriften en regels van ongeschreven recht, waaronder (als rechthebbende een overheidslichaam is of overheidstaak uitoefent) eventueel toepasselijke geschreven en ongeschreven regels van publiekrecht a.b.i. art. 3:14 BW. Tot publiekrecht behoren algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Vraag of oplegging van lokaalverbod uit zijn eigendoms- of gebruiksrecht voortvloeiende vrijheid van rechthebbende overschrijdt, laat zich niet in het algemeen beantwoorden maar is afhankelijk van omstandigheden van geval. Niet is vereist dat lokaalverbod zijn grond vindt in geconstateerd strafbaar feit, ook voldoende ernstige vormen van overlast kunnen daarvoor grond geven. Als het gaat om voor publiek toegankelijke ruimte van openbare dienst zal in strijd met discriminatieverbod of kennelijk willekeurig opgelegd lokaalverbod niet rechtmatig zijn. Hof heeft vastgesteld dat lokaalverbod aan verdachte is opgelegd vanwege feit dat hij zich in periode voorafgaand aan dat lokaalverbod diverse keren niet fatsoenlijk heeft gedragen t.o.v. politiemedewerkers bij bezoek aan politiebureau, dat dit het jaar ervoor eveneens aan de orde was en dat sprake was van grensoverschrijdend gedrag van verdachte in de richting van politiemedewerkers. Hof heeft o.g.v. deze vaststellingen kennelijk geoordeeld dat sprake was van voldoende ernstige vorm van overlast en dat lokaalverbod daarom niet onrechtmatig is. Dit oordeel is (ook in het licht van wat namens verdachte is aangevoerd en tegen achtergrond van wat hiervoor is vooropgesteld) niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Advocaten
- B.H.A. Augustin
- M.E. van Wees
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
