ECLI:NL:HR:2025:1632
Hoge Raad · 04-11-2025 · zaaknummer 25/03518
Inhoudsindicatie
Beschikking. Verzoekschrift tot aanwijzing van ander gerecht, art. 510.1 Sv. Tegen betrokkenen is aangifte gedaan t.z.v. onder meer schending van ambtsgeheim, art. 272.1 Sr. Uit de bij verzoekschrift overgelegde stukken blijkt: a. dat tegen betrokkenen aangifte is gedaan dat deze zich hebben schuldig gemaakt aan strafbare feiten; en b. dat betrokkenen op het moment van de in aangifte bedoelde feiten rechterlijk ambtenaar a.b.i. art. 510.1 Sv waren. Daaruit volgt dat verzoek, gelet op art. 510 Sv, vatbaar is voor toewijzing. HR wijst Rb Zeeland-West-Brabant aan als gerecht waarvoor, als OM bij die Rb dit nodig oordeelt, vervolging en berechting van zaak zullen plaatshebben.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
