Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2025:1523

Hoge Raad · 14-10-2025 · zaaknummer 23/04235

StrafrechtGepubliceerd 09-10-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Oplichting (meermalen gepleegd), art. 326.1 Sr. Hof heeft verdachte n-o verklaard in zijn h.b., omdat het te laat is ingesteld, art. 408.1.b Sv. Ontvankelijkheid hoger beroep en beroep op verontschuldigbare termijnoverschrijding vanwege detentie in Frankrijk. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2004:AN8587 m.b.t. bijzondere omstandigheden die overschrijding van termijn voor h.b. door verdachte verontschuldigbaar doen zijn en uit HR:2019:1534 inhoudende dat daarvan sprake kan zijn indien verdachte in strijd met art. 366.4 Sv niet schriftelijke vertaling van de in die bepaling bedoelde mededeling in een voor hem begrijpelijke taal heeft ontvangen. Met het oog op rechtszekerheid die is vereist m.b.t. rechtsgeldigheid van het aanwenden van rechtsmiddel, is het noodzakelijk om scherpe en vaste grenzen te trekken (vgl. HR:2014:231). Als sprake is van bijzondere, verdachte niet toe te rekenen, omstandigheid waardoor verdachte het rechtsmiddel niet tijdig heeft ingesteld, mag van verdachte worden verlangd dat hij zo spoedig mogelijk alsnog rechtsmiddel instelt of doet instellen nadat die omstandigheid zich niet meer voordoet (vgl. HR:2001:AB2064). Het alsnog (doen) instellen van rechtsmiddel binnen de (in strafprocedures gebruikelijke) termijn van 14 dagen nadat betreffende omstandigheid zich niet meer voordoet, geldt daarbij in elk geval als zo spoedig mogelijk. Hof heeft vastgesteld dat h.b. tegen het op 17-10-2022 bij verstek gewezen vonnis op 6-1-2023 is ingesteld. Daarnaast is hof, in het licht van het namens verdachte gevoerde verweer, ervan uitgegaan dat verdachte, die bekend was met zitting van Rb van 17-10-2022, vanwege detentie in Frankrijk niet aanwezig was bij die zitting, dat verdachte vanaf 15-10-2022 acht weken in detentie heeft verbleven, dat niet is gelukt om vanuit die detentie h.b. in te stellen en dat verdachte medio december 2022 weer in Nederland was teruggekeerd. Op grond hiervan heeft hof geoordeeld dat h.b. niet binnen wettelijke termijn is ingesteld en dat, nu h.b. pas ongeveer 3 weken na terugkeer van verdachte in Nederland is ingesteld, deze termijnoverschrijding niet verontschuldigbaar is. Gelet op wat hiervoor is vooropgesteld, geeft dat oordeel niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is het niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.