ECLI:NL:HR:2025:1499
Hoge Raad · 07-10-2025 · zaaknummer 23/03550
Inhoudsindicatie
Witwassen van contant geldbedrag van € 27.490 (art. 420bis.1.b Sr) en bezit van kinderporno (art. 240b.1 (oud) Sr). 1. Bewijsklacht witwassen t.a.v. “afkomstig uit enig misdrijf”. Is oordeel van hof dat verklaring van verdachte over legale herkomst van geldbedrag niet een concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring is, begrijpelijk? 2. Onttrekking aan het verkeer van telefoon, art. 36c.2 Sr. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:2352 m.b.t. bewijs van bestanddeel “afkomstig is uit enig misdrijf” in witwasbepalingen. Verdediging heeft ttz. in hoger beroep gesteld dat onder verdachte aangetroffen contant geldbedrag legale herkomst heeft en daartoe aangevoerd dat verdachte € 15.000 van zijn broer en € 10.000 van zijn zus had gekregen, dat resterende € 2.490 deels van verdachte was en deels eerder geleend geld betrof en dat verdachte met zijn broer en zus had afgesproken dat hij met dit contante geldbedrag een stuk bouwgrond zou kopen in Turkije. Ter ondersteuning van deze stellingen heeft verdediging o.m. schermafdrukken van geldopnames van broer en zus van verdachte overgelegd en is gewezen op verklaringen die door zijn broer en zus zijn afgelegd bij Rh-C. Hof heeft overwogen dat verdachte met verklaringen die door hem en ook zijn broer en zus zijn afgelegd, en met door verdachte overgelegde pintransacties, niet concrete, verifieerbare en niet op voorhand hoogst onwaarschijnlijke verklaring heeft gegeven voor legale herkomst van het in bewezenverklaring genoemde geldbedrag. Dit oordeel is niet z.m. begrijpelijk. Verdachte heeft immers concreet aangevoerd wat herkomst is van geldbedrag en verdachte heeft i.v.m. deze verklaring diverse stukken overgelegd. Tot cassatie hoeft dit echter niet te leiden. Uit ’s hofs overwegingen komt namelijk naar voren dat nader onderzoek naar de door verdachte gegeven verklaring heeft plaatsgevonden, dat bestond uit horen van broer en zus van verdachte als getuige door Rh-C. Verder ligt in bewijsoverwegingen besloten dat hof (mede o.b.v. resultaten van dat nader onderzoek) van oordeel is dat ondanks verklaring van verdachte het witwassen bewezen kan worden op de grond dat (het niet anders kan zijn dan dat) betreffend geldbedrag uit enig misdrijf afkomstig is. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daarbij is mede van belang wat hof heeft vastgesteld en overwogen over omstandigheden waaronder geldbedrag bij verdachte is aangetroffen, (laat) stadium van procedure waarin verdachte betreffende verklaring heeft afgelegd en over onaannemelijkheid van het door verdediging geschetste scenario dat verdachte het geld eerst naar Turkije heeft gebracht maar daarna weer heeft meegenomen naar Nederland. Ad 2. Hof heeft inbeslaggenomen telefoon aan verkeer onttrokken o.g.v. art. 36c.2 Sr en heeft in dit verband geoordeeld dat ongecontroleerd bezit van deze telefoon in strijd is met wet en algemeen belang. Dat oordeel geeft niet blijk van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd, nu hof heeft vastgesteld dat deze telefoon afbeelding bevat van seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken of schijnbaar is betrokken. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- H. Brentjes
- N. van Schaik
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
