ECLI:NL:HR:2025:1399
Hoge Raad · 30-09-2025 · zaaknummer 23/04308
Inhoudsindicatie
Medeplegen gekwalificeerde woninginbraak met geweld (art. 312.2 Sr). Verweer dat deel van uitgevoerd DNA-onderzoek onrechtmatig is, omdat daarvoor geen wettelijke grondslag bestaat. Vereist DNA-onderzoek van sporenmateriaal met bepaalde (nog) niet verdachte personen in DNA-databank nadere wettelijke grondslag dan art. 151a Sv? Opvatting dat art. 151a Sv geen wettelijke grondslag biedt voor vergelijkend DNA-onderzoek waarin DNA-sporenmateriaal dat op plaats delict of slachtoffer is veiliggesteld, handmatig wordt vergeleken met de in DNA-databank opgenomen DNA-profielen van bepaalde personen die (nog) niet als verdachten van betreffend delict zijn aangemerkt, is gelet op art. 151a.1 (eerste volzin) jo. 138a Sv en op wetsgeschiedenis van regeling van DNA-onderzoek in strafzaken onjuist. Daaruit volgt immers dat OvJ bevoegd is veiliggesteld sporenmateriaal te laten vergelijken met alle in DNA-databank opgenomen profielen. In deze algemene bevoegdheid is dus begrepen bevoegdheid dit vergelijkingsonderzoek gericht te beperken tot vergelijking van dit sporenmateriaal met slechts beperkt aantal in die databank opgenomen DNA-profielen. Volgt verwerping. Samenhang met 23/04166.
Advocaten
- M.J. Lamers
- V.M.A. Sinnige
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
