ECLI:NL:HR:2025:1395
Hoge Raad · 30-09-2025 · zaaknummer 22/04631
Inhoudsindicatie
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van cocaïne d.m.v. zeilboten vanuit Caraïbisch gebied (art. 10a.1 Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 11a (oud) Opiumwet) en medeplegen witwassen van zeilboot (art. 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. 1. Bewijsklacht voorbereidingshandelingen en deelname aan criminele organisatie t.a.v. opzet. 2. Bewijsklacht voorbereidingshandelingen t.a.v. medeplegen. 3. Bewijsklacht witwassen t.a.v. afkomstig uit enig misdrijf. Heeft verdachte concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring gegeven over herkomst van geld waarmee hij deel van aankoopsom van zeilboot heeft voldaan? HR: Om redenen vermeld in CAG leiden middelen niet tot cassatie. Volgt verwerping. Samenhang met 22/04610, 22/04624, 22/04742 en 23/04964.
Advocaten
- B.F. Keulen
- M. Berndsen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
