ECLI:NL:HR:2025:1394
Hoge Raad · 30-09-2025 · zaaknummer 22/04624
Inhoudsindicatie
Medeplegen voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer van cocaïne d.m.v. zeilboten vanuit Caraïbisch gebied (art. 10a.1 Opiumwet), deelname aan criminele organisatie (art. 11a (oud) Opiumwet) en medeplegen witwassen van geldbedragen en zeilboten (art. 420bis.1.b Sr). 1. Afwijzing van een op eerdere tz. in hoger beroep toegewezen verzoek tot het horen van medeverdachte als getuige, op de grond dat het niet aannemelijk is dat getuige binnen aanvaardbare termijn kan worden gehoord, art. 288.1.a. Sv. 2. Bewijsklacht voorbereidingshandelingen en deelname aan criminele organisatie t.a.v. opzet. 3. Bewijsklachten witwassen t.a.v. afkomstig uit enig misdrijf. Heeft verdachte concrete, min of meer verifieerbare en niet op voorhand als hoogst onwaarschijnlijk aan te merken verklaring gegeven over herkomst van geldbedragen? 5. Ondertekening van aanvulling met bewijsmiddelen op verkort arrest. HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/04610, 22/04631, 22/04742 en 22/04964.
Advocaten
- B.F. Keulen
- F.P. Slewe
- K. Canatan
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
