ECLI:NL:HR:2025:1374
Hoge Raad · 30-09-2025 · zaaknummer 23/04086
Inhoudsindicatie
Medeplegen in voorraad hebben van valse bankbiljetten van 500 euro, art. 209 Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht medeplegen “in voorraad hebben”. Voor (als pleger) “in voorraad hebben” van valse bankbiljetten a.b.i. art. 209 Sr is vereist dat verdachte de valse bankbiljetten opzettelijk aanwezig had. Dat houdt in dat verdachte zich bewust was van (waarschijnlijke) aanwezigheid van valse bankbiljetten, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot precieze eigenschappen en kenmerken van die bankbiljetten (waaronder begrepen hoeveelheid) of tot exacte locatie daarvan. Voor bewijs van dergelijke bewustheid geldt dat daarvan ook sprake kan zijn in geval dat het niet anders kan dan dat verdachte zulke bewustheid heeft gehad. Als medeplegen in voorraad hebben van valse bankbiljetten a.b.i. art. 209 Sr is tlgd., moet komen vast te staan dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking door verdachte met een of meer anderen die was gericht op het in voorraad hebben van die bankbiljetten. Ook dan is vereist dat verdachte zich bewust was van (waarschijnlijke) aanwezigheid van die bankbiljetten, zonder dat die bewustheid zich hoeft uit te strekken tot specifieke eigenschappen en kenmerken van die bankbiljetten (waaronder begrepen hoeveelheid) of tot de exacte locatie daarvan. Daarnaast moet vaststaan dat verdachte tezamen met mededader(s) feitelijke macht over valse bankbiljetten heeft kunnen uitoefenen in hiervoor weergegeven zin (vgl. HR:2024:112). Hof heeft tegen achtergrond van zijn vaststellingen in bewijsvoering overwogen dat (i.h.b. gezien onderlinge taakverdeling tussen verdachte en mededaders, wetenschap en bekendheid bij een ieder over term “postzegels” en (regisserende) rol van verdachte op belangrijke momenten waaronder direct contact met mededader over gang van zaken alsmede met andere persoon over verkoop van deze “postzegels”) sprake is geweest van voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en haar mededaders, waarbij intellectuele en materiële bijdrage van verdachte van voldoende gewicht was. ‘s Hofs in deze overwegingen besloten liggende oordeel dat sprake is geweest van nauwe en bewuste samenwerking door verdachte met een of meer anderen die was gericht op het in voorraad hebben van valse bankbiljetten, is in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld, toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- F.P. Slewe
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
