ECLI:NL:HR:2025:1367
Hoge Raad · 23-09-2025 · zaaknummer 24/02055
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94 Sv in 2017 op geldbedrag (€ 170.100) in tuin van voormalige woning van klaagster onder derde (nieuwe bewoonster van woning) i.h.k.v. strafrechtelijk onderzoek tegen (inmiddels overleden) ander. Ontvankelijkheid beklag, art. 552a.3 en 552a.4 Sv. Rb heeft klaagster n-o verklaard, omdat termijn voor beklag van art. 552a.4 Sv (2 jaren na inbeslagneming) is verlopen. Heeft Rb bij beslissing over ontvankelijkheid van beklag ten onrechte geen toepassing gegeven aan termijn a.b.i. art. 552a.3 Sv (3 maanden na eind van vervolgde zaak)? Rb heeft vastgesteld dat, telkens zonder dat door OM een rechter in de zaak is betrokken, OM zaak tegen klaagster op 27-10-2023 heeft geseponeerd en dat Rb op 5-12-2023 o.g.v. art. 29f Sv heeft beslist dat zaak tegen klaagster is geëindigd. In zo’n geval is sprake van situatie waarin geen vervolging is ingesteld a.b.i. art. 552a.4 Sv, zodat beklag uiterlijk binnen 2 jaren na inbeslagneming moet zijn ingediend. HR merkt op dat klaagster zich (a.g.v. de in CAG aangeduide beperkingen die huidige regeling van beklagtermijn in art. 552a.3 en 552a.4 Sv met zich brengt) niet o.g.v. art. 552a Sv kan beklagen over uitblijven van last tot teruggave van voorwerp. Dat doet er echter niet aan af dat als belang van strafvordering het voortduren van beslag niet vordert, OM o.g.v. art. 116 Sv over beslaglegging zal moeten beslissen en beslag in beginsel zal moeten beëindigen (vgl. HR:2019:1583). Volgt verwerping.
Advocaten
- H. Brentjes
- N. van Schaik
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
