ECLI:NL:HR:2025:1300
Hoge Raad · 16-09-2025 · zaaknummer 23/01743
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. medeplegen diefstal, art. 311.1.4 Sr. Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.3 Sv. Had afschrift van dagvaarding in h.b. moeten worden verzonden naar het in volmacht tot instellen van h.b. opgegeven adres van verdachte in Roemenië? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: In aanmerking genomen dat uitreiking van dagvaarding in h.b. heeft plaatsgevonden aan medewerker OM omdat woon- of verblijfplaats van verdachte niet bekend is, terwijl uit de door advocaat verstrekte schriftelijke bijzondere volmacht tot instellen van h.b. kan worden afgeleid dat van verdachte op moment van betekening een adres in Roemenië bekend was, en niet blijkt dat dagvaarding o.g.v. art. 36e.3 Sv is verzonden naar dit adres van verdachte in buitenland, is ‘s hofs oordeel hof dat dagvaarding in h.b. rechtsgeldig is betekend, niet toereikend gemotiveerd. HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig.
Advocaten
- M.J. Borgers
- P.D. Popescu
- V.M.A. Sinnige
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
