Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2025:1278

Hoge Raad · 16-09-2025 · zaaknummer 23/01234

StrafrechtGepubliceerd 12-09-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Wederspannigheid, art. 180 Sr. Bewijsklacht “werkzaam in rechtmatige uitoefening van zijn bediening”. Verweer dat verbalisant bij staandehouding van verdachte niet in rechtmatige uitoefening van zijn functie heeft gehandeld, nu sprake is van handelen in strijd met geweldsinstructie, art. 359a Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2014:852 en HR:2014:2919 m.b.t. bestanddeel “werkzaam in rechtmatige uitoefening van zijn bediening” a.b.i. art. 180 Sr. HR voegt daaraan toe dat achtergrond van uitgangspunt over (veronderstelde) rechtmatigheid van bediening is dat strafbaarstelling van art. 180 Sr ertoe strekt openbaar gezag te beschermen opdat ambtenaren onbelemmerd hun taak kunnen uitvoeren. In het licht daarvan moet worden aangenomen dat niet elke normschending, bij optreden van ambtenaar aan bewezenverklaring van een op art. 180 Sr toegesneden tll. in de weg staat. Dat is alleen het geval als sprake is van normschending van zekere ernst. Zo’n ernstige normschending kan zich bijvoorbeeld voordoen als grenzen van subsidiariteit of proportionaliteit van betreffend overheidsoptreden in belangrijke mate zijn overschreden. Heeft zich weliswaar normschending voorgedaan bij optreden van ambtenaar maar is die normschending niet van zodanige ernst dat dit aan bewezenverklaring van bestanddeel “werkzaam in rechtmatige uitoefening van zijn bediening” in de weg staat, dan kan wel sprake zijn van (onherstelbaar) vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv. In het geval dat naar oordeel van rechter sprake is van (onherstelbaar) vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv, kan zo’n verzuim in hier bedoelde situatie (als wordt voldaan aan vereisten die zijn genoemd in HR:2020:1889) leiden tot strafvermindering. Verdediging heeft verweer gevoerd dat ertoe strekt dat verdachte moet worden vrijgesproken van tlgd. omdat verbalisant tegen verdachte geweld heeft toegepast, terwijl daarbij gelet op Ambtsinstructie niet was voldaan aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Hof heeft dit verweer verworpen en daaraan kennelijk als zijn oordeel ten grondslag gelegd dat het eventuele handelen van verbalisant in strijd met Ambtsinstructie niet met zich brengt dat verbalisant met staandehouding niet “werkzaam in rechtmatige uitoefening van zijn bediening” was. Dat oordeel is, gelet op wat hiervoor is overwogen, onjuist. Hof heeft immers miskend dat het niet-voldoen aan eisen van subsidiariteit en proportionaliteit bij uitvoering van staandehouding aan bewezenverklaring van bestanddeel “werkzaam in rechtmatige uitoefening van zijn bediening” a.b.i. art. 180 Sr in de weg kan staan. Hieraan doet niet af dat hof bij zijn oordeel heeft betrokken dat verdediging niet heeft aangevoerd dat sprake is van vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv. Anders dan hof kennelijk als uitgangspunt heeft genomen, is voor vraag of dit bestanddeel van art. 180 Sr kan worden bewezenverklaard, niet van belang of verdediging heeft aangevoerd dat optreden van verbalisant moet worden aangemerkt als vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv. Volgt vernietiging en terugwijzing.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.