ECLI:NL:HR:2025:1255
Hoge Raad · 16-09-2025 · zaaknummer 23/03633
Inhoudsindicatie
Medeplegen uitvoer van cocaïne en heroïne naar Denemarken (art. 2.A Opiumwet) en deelname aan criminele organisatie (art. 11b.1 Opiumwet). 1. Betekening dagvaarding in eerste aanleg, art. 588.1.b.3 (oud) Sv. Kon hof oordelen dat door Rb i.h.k.v. bewijsvraag genoemd adres t.t.v. betekening van dagvaarding in e.a. niet (meer) behoefde te worden aangemerkt als uit stukken blijkend adres dat redelijkerwijs als feitelijke woon- of verblijfplaats van verdachte zou kunnen gelden? 2. Redelijke termijn in hoger beroep. Kon hof volstaan met vermindering van de aan verdachte op te leggen gevangenisstraf van 3 jaren tot 2 jaren en 8 maanden? HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- J. Kuijper
- M.E. van Wees
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
