ECLI:NL:HR:2025:1247
Hoge Raad · 09-09-2025 · zaaknummer 24/01192
Inhoudsindicatie
Deelname aan criminele drugsorganisatie (art. 11b.1 Opiumwet), medeplegen verkopen van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet), aanwezig hebben van cocaïne (art. 2.C Opiumwet) en eenvoudig witwassen (art. 420bis.1 Sr). Post-Landeck, onderzoek aan smartphones. Verweer dat strekt tot uitsluiting van bewijs van resultaten van onderzoek aan smartphones van verdachte. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2025:409 over eisen die moeten worden gesteld aan onderzoek aan elektronische gegevensdragers en geautomatiseerde werken, waaronder smartphones. Hof heeft vastgesteld dat door politie bij verdachte smartphones zijn aangetroffen. Deze zijn met toestemming van OvJ “doorzocht”. Daarbij is gezocht op voor strafrechtelijk onderzoek relevante informatie. Zo is gekeken naar zaken die te maken hebben met handel in verdovende middelen, crimineel samenwerkingsverband, witwassen en zaken die gebruiker van betreffende telefoons konden aantonen. Doel van “uitlezen” van telefoons van verdachte was verzamelen van informatie over wie gebruiker was van deze telefoons en het doen van onderzoek naar strafbare feiten, eventuele medeverdachten en mogelijk witwassen. Bij zoeken in telefoons zijn door politie zoektermen gebruikt die te maken hadden met aard van dit onderzoek. ’s Hofs op deze vaststellingen gebaseerde oordeel dat algemene bevoegdheid van opsporingsambtenaren, neergelegd in art. 94 jo. art. 95 en 96 Sv, voldoende legitimatie bood voor dit onderzoek aan smartphones van verdachte en dat geen toestemming van RC nodig was voor uitvoeren van dit onderzoek “nu er geen min of meer compleet beeld is verkregen van zijn privéleven”, is in het licht van wat hiervoor is vooropgesteld en van wat door verdediging in hoger beroep naar voren is gebracht, niet toereikend gemotiveerd. Uit die vaststellingen volgt immers niet dat onderzoek aan smartphones beperkt is gebleven tot onderzoek dat slechts strekte tot identificeren van gebruiker, of tot bijvoorbeeld onderzoek dat opsporingsambtenaar i.h.k.v. zijn taakuitoefening deed waarbij hij bij verdachte aangetroffen smartphones heeft bekeken en daarbij slechts enkele beperkte waarnemingen heeft gedaan over feitelijk gebruik daarvan op dat moment of direct daaraan voorafgaand, bijvoorbeeld door na te gaan welke contacten gebruiker van telefoon kort tevoren had gelegd. Ook blijkt daaruit niet dat zich hier “spoedeisend geval” voordeed a.b.i. HR:2025:409. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- J.C. Reisinger
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
