Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2025:1234

Hoge Raad · 09-09-2025 · zaaknummer 25/00405

StrafrechtGepubliceerd 02-09-2025
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Beklag ex art. 5.4.10 jo. 552a Sv na beslag ex art. 94 Sv op telefoon onder klager n.a.v. Europees onderzoeksbevel van Franse autoriteiten t.z.v. verdenking van deelname aan criminele organisatie. Moet erkenning van EOB door OvJ uit een schriftelijk stuk blijken? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:1940 over beoordelingskader voor beklagrechter, uit HR:2024:1685 over bij beoordeling betrekken van inhoud van EOB en uit HR:2022:965 dat rechter niet ambtshalve hoeft te doen blijken te hebben onderzocht of OvJ, na ontvangst van EOB, alle voorschriften van art. 5.4.2 tot en met 5.4.5 Sv in acht heeft genomen voordat hij tot erkenning en uitvoering van EOB is overgegaan. De wet schrijft niet voor dat erkenning van EOB door OvJ (in een specifieke vorm) op schrift wordt gesteld. Zo’n verplichting vloeit ook niet voort uit Richtlijn 2014/41/EU. Oordeel van Rb dat o.g.v. mededeling van OvJ bij behandeling van klaagschrift kan worden vastgesteld dat EOB door OvJ is erkend, geeft in het licht van wat hiervoor is overwogen niet blijk van onjuiste rechtsopvatting. Gelet op wat OvJ bij behandeling van klaagschrift in raadkamer heeft medegedeeld, is dit oordeel ook niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.