ECLI:NL:HR:2025:1074
Hoge Raad · 08-07-2025 · zaaknummer 23/00651
Inhoudsindicatie
Voorhanden hebben van vuurwapen (art. 26.1 WWM). Bewijsklacht opzet. Had verdachte wetenschap van aanwezigheid van wapen in rugzak? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:504 m.b.t. vereisten voor veroordeling van voorhanden hebben van wapen. Hof heeft vastgesteld dat, terwijl politieagenten bezig waren met fouilleren van groep jongens, andere jongens (onder wie verdachte) zich in groep mengden. Verdachte was naar die groep gegaan “om hen uit de problemen te halen”. Er werd rugzak in zijn richting gegooid, verdachte ving die rugzak en rende er mee weg van politie. Tijdens rennen liet verdachte de rugzak vallen. In rugzak zijn bruin samengeperst blok dat vermoedelijk hasj bevatte, masker en in bewezenverklaring genoemd vuurwapen aangetroffen. Hof heeft in dit verband overwogen dat verdachte heeft geprobeerd rugzak te onttrekken aan politie en dat rugzak met dat doel aan hem is overhandigd. ’s Hofs hierop gebaseerde oordeel dat verdachte (met het in hiervoor omschreven situatie weghouden van rugzak voor politie, zonder te controleren wat inhoud ervan was) bewust aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat rugzak verboden voorwerpen bevatte, en dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op voorhanden hebben van wapen “en zich in die zin in meerdere of mindere mate bewust moet zijn geweest van aanwezigheid van wapen in rugzak”, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.
Advocaten
- M.A.C. de Bruijn
- M.E. van Wees
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
