ECLI:NL:HR:2025:1013
Hoge Raad · 01-07-2025 · zaaknummer 23/01060
Inhoudsindicatie
Feitelijk leidinggeven aan het niet/onjuist doen van verschillende belastingaangiften, begaan door rechtspersoon, art. 69.1 en 69.2 AWR. 1. Bewijsklachten opzet en feitelijk leidinggeven aan niet doen van aangifte omzetbelasting. Is sprake van ‘een bij belastingwet voorziene aangifte’, nu uit bewijsvoering niet kan worden afgeleid dat verdachte een uitnodiging tot het doen van aangifte heeft ontvangen? Heeft verdachte opzet gehad op het niet doen van aangifte? 2. Bewijsklacht feitelijk leidinggeven aan onjuist doen van aangiften omzetbelasting. Grondslagverlating door onder bewezenverklaring ook intracommunautaire verwervingen te betrekken, terwijl ten laste is gelegd het ‘onjuist’ doen van aangiften door ‘te hoog bedrag aan voorbelasting in aftrek te brengen en daardoor te laag bedrag aan omzetbelasting aan te geven’? 3. Bewijsklachten in aftrek brengen van te hoog bedrag aan voorbelasting en opzet op het onjuist doen van aangiften omzetbelasting. 4. Verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM. 5. Bewijsklachten feitelijk leidinggeven aan doen van onjuiste aangiften loonbelasting/premie volksverzekeringen. 6. Strafmotivering (gevangenisstraf van 8 maanden). Kon hof benadelingsbedragen van € 100.000 en € 83.747 als uitgangspunt nemen bij strafoplegging? HR: art. 81.1 RO. Vervolg op HR:2022:86.
Advocaten
- J. Kuijper
- V.M.A. Sinnige
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
