ECLI:NL:HR:2024:999
Hoge Raad · 02-07-2024 · zaaknummer 22/00799
Inhoudsindicatie
Economische zaak. Niet voldoen aan de in art. 8.1 Verordening (EG) nr. 273/2004 opgenomen plicht tot informatieverstrekking door geen melding te doen van verkopen en afleveren van geregistreerde stoffen door rechtspersoon die handelt in industriële chemicaliën, art. 2.a Wet voorkoming misbruik chemicaliën. Was sprake van een of meer ‘voorvallen’ die erop kunnen wijzen dat in handel te brengen stoffen wellicht worden misbruikt om verdovende middelen of psychotrope stoffen op illegale wijze te vervaardigen? Hof heeft vastgesteld dat in totaal 11 transacties hebben plaatsgevonden tussen bedrijf A en verdachte, dat daarbij hoeveelheden zoutzuur en zwavelzuur (geregistreerde stoffen a.b.i. art. 2.a Verordening 273/2004) en mierenzuur (niet-geregistreerde stof a.b.i. art. 2.b Verordening 273/2004) door A zijn besteld en door verdachte zijn geleverd. Deze stoffen werden voor 2016 nooit besteld door A. Twee bestellingen zijn op verzoek door verdachte geleverd op afwijkend afleveradres, terwijl uit openbare bronnen bleek dat daar geen (neven)vestiging van A was gevestigd, en waarbij één van deze leveringen op verzoek onbeheerd werd achtergelaten. Eerdere bestellingen werden steeds geleverd op vast adres waar A onmiskenbaar was gevestigd. Ook is deel van genoemde geregistreerde stoffen op enig moment aangetroffen in productielaboratorium en overslaglocatie van chemicaliën voor synthetische drugs. Hof heeft o.g.v. deze vaststellingen geoordeeld dat sprake is van een of meer voorvallen m.b.t. geregistreerde stoffen die erop kunnen wijzen dat deze in handel te brengen stoffen wellicht worden misbruikt door verdovende middelen en/of psychotrope stoffen op illegale wijze te vervaardigen. Daarbij heeft hof betrokken dat sprake was van meerdere afzonderlijke transacties die na verloop van tijd en in combinatie bezien, in het licht van enkele bijkomende omstandigheden (i.h.b. afwijkend afleveradres en op verzoek onbeheerd achterlaten van bestelling), tot conclusie hadden moeten leiden bij verdachte dat levering van deze stoffen had moeten worden gemeld bij bevoegde instanties. Dat oordeel is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping.
Advocaten
- B.F. Keulen
- J. Kelder
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
