ECLI:NL:HR:2024:995
Hoge Raad · 09-07-2024 · zaaknummer 22/02141
Inhoudsindicatie
Medeplegen poging woningoverval (art. 312.2.2 Sr). Vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade. Is sprake van aantasting in persoon ‘op andere wijze’ a.b.i. art. 6:106.b BW? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 m.b.t. aantasting in persoon ‘op andere wijze’. Oordeel hof dat bijzondere ernst van misdrijf, mede gelet op omstandigheden waaronder het is gepleegd in samenhang met toelichting van schade, maakt dat “geestelijk letsel voldoende is komen vast te staan”, is niet z.m. meer begrijpelijk. Dat aan deur van b.p. en zijn gezin onder door hof vastgestelde omstandigheden is gedreigd met geweld, volstaat daartoe (zonder nadere vaststellingen over aard van dit door b.p. gestelde “geestelijke letsel”) niet. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel en terugwijzing.
Advocaten
- B.F. Keulen
Partijen
[benadeelde]
benadeelde · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
