ECLI:NL:HR:2024:969
Hoge Raad · 02-07-2024 · zaaknummer 22/01398
Inhoudsindicatie
Poging tot afpersing (art. 317.1 Sr) en poging tot afdreiging (art. 318.1 Sr) van zijn voormalige werkgever (vervoersmaatschappij) en collega’s. Klachttermijnvereiste, art. 66.1 Sr. Verweer dat t.a.v. onder 2 tlgd. poging tot afdreiging niet is voldaan aan klachtvereiste a.b.i. art. 66.1 Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:2242 m.b.t. klachttermijn. Hof heeft aan verwerping van verweer ten grondslag gelegd dat in tll. onder 2 genoemde e-mailberichten en in tll. onder 1 genoemd sms-bericht met elkaar samenhangen en moeten worden gezien als 1 voortdurende poging om klachtgerechtigde te bewegen tot afgifte van geldbedrag, dat klachtgerechtigde daarom pas na ontvangst van genoemd sms-bericht op 17-6-2019 in volle omvang heeft kennisgenomen van gepleegd feit en dat klachttermijn wat betreft onder 2 tlgd. op 17-6-2019 is gaan lopen. Hof heeft hiermee verweer verworpen op gronden die deze verwerping niet kunnen dragen. Klachttermijn a.b.i. art. 66.1 Sr begint op dag na die waarop klachtgerechtigde kennisneemt van gepleegd feit. Tll. onder 2 heeft betrekking op poging tot afdreiging, waartoe in of omstreeks periode van 17-1-2019 t/m 8-3-2019 e-mailberichten zijn verstuurd. Nu uit ’s hofs vaststellingen volgt dat klachtgerechtigde uiterlijk op 14-3-2019 (datum waarop klachtgerechtigde verdachte bij ontslagbrief op staande voet heeft ontslagen a.g.v. uitkomsten van een in opdracht van klachtgerechtigde uitgevoerd onderzoek waaruit bleek dat verdachte afzender was van bewuste e-mailberichten) kennis heeft genomen van gepleegd delict, is ’s hofs oordeel dat klachttermijn wat betreft onder 2 tlgd. pas op 17-6-2019 aanvang heeft genomen, niet begrijpelijk. Dat zowel onder 1 als onder 2 tlgd. tot doel had vervoersmaatschappij te bewegen tot afgifte van geldbedrag, brengt (anders dan hof kennelijk tot uitgangspunt heeft genomen) niet met zich dat deze tlgd. feiten voor toepassing van art. 66.1. Sr als 1 (voortdurend) feit kunnen worden beschouwd. Volgt (partiële) vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- B.K. Hummen
- D.J.M.W. Paridaens
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
