ECLI:NL:HR:2024:851
Hoge Raad · 25-06-2024 · zaaknummer 23/01309
Inhoudsindicatie
Voorbereidingshandelingen m.b.t. productie van amfetamine en MDMA, art. 10a Opiumwet. Bewijsklacht huur van bedrijfspand/opslagruimte. Kunnen onroerende zaken worden aangemerkt als ‘voorwerpen’ a.b.i. art. 10a Opiumwet? Opvatting dat onder ‘voorwerpen’ in de zin van art. 10a.1 Opiumwet geen onroerende zaken worden verstaan, vindt (mede gelet op wetsgeschiedenis van die bepaling) geen steun in recht. Oordeel van hof dat door verdachte en zijn mededader gehuurd(e) bedrijfspand/opslagruimte bestemd was tot plegen van feiten a.b.i. art. 10.4 Opiumwet, is ook niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 23/01310.
Advocaten
- A.E. Harteveld
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
