ECLI:NL:HR:2024:841
Hoge Raad · 11-06-2024 · zaaknummer 23/02426
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op personenauto onder zoon van klager t.z.v. verdenking van witwassen. Heeft Rb toereikend gemotiveerd geoordeeld dat niet buiten redelijke twijfel staat dat klager als eigenaar van inbeslaggenomen auto moet worden aangemerkt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:2144 m.b.t. te hanteren maatstaven als o.g.v. art. 94a Sv beslag rust op voorwerp en derde in beklagprocedure ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt. Rb heeft geoordeeld dat niet buiten redelijke twijfel staat dat klager als eigenaar van inbeslaggenomen auto moet worden aangemerkt. In het licht van vaststellingen over betalingen die door klager zijn gedaan aan autobedrijf i.v.m. aankoop van de op zijn naam gestelde auto, is dat oordeel niet toereikend gemotiveerd. Enkele overweging Rb dat zij i.v.m. financiële positie van zoon van klager, tevens huurder van auto twijfels heeft m.b.t. huurconstructie t.a.v. auto, volstaat daartoe niet. V.zv. Rb van oordeel is dat vanwege die huurconstructie zich situatie van art.94a.4 of 94a.5 Sv voordoet, is dat oordeel evenmin toereikend gemotiveerd. Volgt partiële vernietiging en verwijzing. Vervolg op HR:2023:81.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- H. Bakker
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
