ECLI:NL:HR:2024:807
Hoge Raad · 11-06-2024 · zaaknummer 22/02667
Inhoudsindicatie
Mishandeling van huisgenoot, art. 300.1 Sr. Uitleg van sepotvoorwaarde en verweer strekkende tot niet-ontvankelijkheid OM wegens schending van vertrouwensbeginsel en handelen in strijd met onschuldpresumptie. Heeft vrijspraak in andere strafzaak tegen verdachte gevolgen voor ontvankelijkheid OM in onderhavige zaak, nu deze zaak aanvankelijk was geseponeerd onder voorwaarde dat verdachte "zich niet aan enig strafbaar feit zal schuldig maken dan wel op andere wijze zich zal misdragen", terwijl zaak waarin verdachte is vrijgesproken voor OM aanleiding vormde om in casu vervolging in te stellen? Middel steunt op opvatting dat niet is voldaan aan voorwaarde gesteld in brief van OvJ, inhoudende als sepotvoorwaarde dat verdachte, gedurende proeftijd van 1 jaar, “zich niet aan enig strafbaar feit zal schuldig maken dan wel op andere wijze zich zal misdragen”. Hof heeft die brief zo uitgelegd dat daarin vervatte voorwaarde niet ziet op veroordeling voor nieuw strafbaar feit, maar op ontstaan van nieuwe verdenking dat verdachte zich aan enig strafbaar feit heeft schuldig gemaakt. Deze aan hof als feitenrechter voorbehouden uitleg is niet onbegrijpelijk (vgl. HR:2015:3639). Opmerking verdient dat (onherroepelijke) vrijspraak van feit waarvan verdenking bestond dat verdachte dit binnen proeftijd had begaan, voor rechter een omstandigheid is die hij bij mogelijke straftoemeting moet betrekken. Volgt verwerping.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- T. Venneman
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
