ECLI:NL:HR:2024:768
Hoge Raad · 28-05-2024 · zaaknummer 22/04138
Inhoudsindicatie
Diefstal met geweld (art. 312.1 Sr) en diefstal (art. 310 Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht pleegplaats. Kan uit bewijsmiddelen volgen dat diefstallen in Amsterdam zijn gepleegd? HR: Om redenen vermeld in CAG faalt middel. CAG: Uit b.m. volgt dat diefstallen tijdens een treinreis van Rotterdam naar Amsterdam zijn gepleegd, maar niet op welke plaats op dat traject. Uit b.m. volgt dus niet dat feiten in Amsterdam zijn begaan. Dat hoeft echter niet tot cassatie te leiden, omdat na terugwijzing de tll kan worden gewijzigd in die zin dat feiten in Amsterdam of “in elk geval in Nederland” zijn gepleegd, waarna o.b.v. gebruikte b.m. tot bewezenverklaring kan worden gekomen. Volgt verwerping. CAG gaat in op ontvankelijkheid cassatieberoep (verschoonbare termijnoverschrijding).
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- E.E.W.J. Maessen
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
