Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2024:764

Hoge Raad · 18-06-2024 · zaaknummer 22/00469

StrafrechtGepubliceerd 24-05-2024
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afpersing en diefstal met valse sleutel door ander te dwingen tot afgifte bankpas met pincode en vervolgens geldbedragen over te schrijven en te pinnen (art. 317.1 en 311.1.5 Sr), mishandeling (art. 300.1 Sr) en bedreiging met misdrijf tegen leven gericht (art. 285.1 Sr), telkens gepleegd tegen benadeelde partij. 1. Ontvankelijkheid cassatieberoep v.zv. gericht tegen ‘alle door hof genomen beslissingen t.a.v. ontnemingsmaatregel’. 2. Vordering b.p. t.z.v. immateriële schadevergoeding. 3. Vordering b.p. t.z.v. materiële schadevergoeding. Voordeelverrekening, art. 6:100 BW. Moest hof rekening houden met aanspraak door verdachte op huurtermijnen en kosten die b.p. verschuldigd zou zijn? Ad 1. Uitspraak op ontnemingsvordering a.b.i. art. 36e Sr maakt geen deel uit van uitspraak in strafzaak. HR kan daarom in deze strafzaak cassatieberoep van verdachte niet in behandeling nemen v.zv. dit volgens akte is gericht tegen ‘alle door hof genomen beslissingen t.a.v. ontnemingsmaatregel’. Klacht dat hof heeft nagelaten te oordelen over de door Rb opgelegde ontnemingsmaatregel, blijft onbesproken. Verdachte in zoverre n-o. Ad 2. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:793 over immateriële schade. Hof heeft vordering tot vergoeding van immateriële schade toegewezen tot € 1.000. Mede in aanmerking genomen dat vordering gemotiveerd is betwist, is ’s hofs oordeel ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit ’s hofs overwegingen niet kan worden afgeleid op welke in art. 6:106 BW vermelde grond en op welke door hof vastgestelde omstandigheden toewijzing van dit deel van vordering is gebaseerd. Daarom kan ook oplegging schadevergoedingsmaatregel niet in stand blijven (vgl. HR:2019:901). Ad 3. V.zv. middel klaagt dat bewezenverklaarde feiten b.p. naast schade ook voordeel hebben opgeleverd dat o.g.v. art. 6:100 BW bij schadevaststelling in aanmerking moet worden genomen, faalt het omdat het miskent dat gesteld noch gebleken is dat tussen bewezenverklaarde feiten en door verdachte gepretendeerde aanspraak op huurtermijnen en bijkomende kosten, het door art. 6:100 BW vereiste verband bestaat. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. vordering b.p. (t.z.v. immateriële schade) en oplegging schadevergoedingsmaatregel en terugwijzing. CAG (strekking): vernietiging t.a.v. strafoplegging en vordering b.p. en terugwijzing.

Advocaten

Partijen

  • [benadeelde]

    benadeelde · onbekend

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.