Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2024:734

Hoge Raad · 21-05-2024 · zaaknummer 23/04507

StrafrechtGepubliceerd 17-05-2024
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Herziening. Niet voldoen aan verplichting tot doen van aangifte bij douane door op Schiphol met € 10.000 in handbagage op vliegtuig naar Dubai te stappen, art. 10:1 Algemene douanewet. Aangevoerd wordt dat sprake is van gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv, omdat ernstig vermoeden bestaat dat hof aanvrager had vrijgesproken als het bekend zou zijn geweest met (i) en (ii) bij aanvraag gevoegde verklaringen van twee getuigen, (iii) bewijs van ontvangst ex art. 94 Sv, (iv) p-v van aangifte en (v) instapkaarten. Met de bij aanvraag overgelegde verklaringen en stukken beoogt aanvrager voor hof geschetste alternatieve scenario nader te onderbouwen. Scenario houdt in dat aanvrager op Schiphol niet € 10.000 maar € 9.800 bij zich had, omdat vier biljetten van € 50 vals waren. Hof heeft dat verweer verworpen. Daarbij heeft hof allereerst in aanmerking genomen dat verklaring van aanvrager, dat hij in Dubai bij wisselkantoor € 1.000 heeft aangeboden om te wisselen waarna zou zijn gebleken dat vier biljetten van € 50 vals waren, op geen enkele wijze nader is onderbouwd. Daarnaast heeft hof in aanmerking genomen dat dossier geen indicatie bevat dat uit controle op Schiphol, waarbij geld kennelijk door opsporingsambtenaren is geteld, aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat zich tussen door aanvrager meegenomen geld vals geld bevond. M.b.t. onder (iv) bedoeld p-v van aangifte geldt dat hof al bekend was met wat daarin door aanvrager naar voren is gebracht. Dat p-v maakte namelijk deel uit van dossier waarover hof beschikte. Onder (i) tot en met (iii) en onder (v) bedoelde verklaringen en stukken zijn (elk voor zich en in onderling verband beschouwd) van onvoldoende gewicht om te kunnen gelden als gegeven a.b.i. art. 457.1.c Sv. Daarbij is mede van belang dat, zoals hof heeft vastgesteld, op Schiphol al controle heeft plaatsgevonden waarbij daar aangetroffen geld kennelijk door opsporingsambtenaren is geteld, zonder dat daarbij aanwijzingen naar voren zijn gekomen dat er valse biljetten tussen dat geld zaten. Verder ontbreken bij aanvraag nadere bewijsstukken dat aanvrager bij wisseltransactie in Dubai gebruik heeft gemaakt van biljetten die hij op Schiphol bij zich had en van constatering dat daarbij sprake was van aantal valse biljetten. Er is daarom niet sprake van ernstig vermoeden dat hof aanvrager zou hebben vrijgesproken als het bekend was geweest met wat in aanvraag is aangevoerd. Afwijzing aanvraag. Vervolg op 21/04481 (niet gepubliceerd; strafzaak; geen middelen ingediend, verdachte n-o) en HR:2021:738 (strafzaak).

Advocaten

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.