ECLI:NL:HR:2024:686
Hoge Raad · 14-05-2024 · zaaknummer 22/01468
Inhoudsindicatie
Ontucht tijdens werkzaamheden als masseur in massagesalon, art. 249.2.3 Sr. Bewijsminimum, art. 342.2 Sv (unus testis). Vindt verklaring van aangeefster voldoende steun in ander bewijsmateriaal? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BM2452 m.b.t. bewijsminimum van art. 342.2 Sv. Hof heeft geoordeeld dat feiten en omstandigheden waarover aangeefster heeft verklaard, in voldoende mate steun vinden in andere gebruikte bewijsmiddelen, die daarbij in onderlinge samenhang moeten worden bezien. Dat oordeel is echter om volgende redenen niet zonder meer begrijpelijk. In b.m. opgenomen transcriptie van WhatsApp-berichten die aangeefster heeft verstuurd naar haar huisgenoot, bevat in kern niet meer dan verslag van aangeefster zelf over het in tll. bedoelde voorval in massagesalon. Daarnaast houden overige door hof gebruikte b.m. slechts in (i) dat verdachte heeft verklaard dat hij als masseur werkt in massagesalon en dat uit klantensysteem is gebleken dat hij aangeefster op de in tll. genoemde datum een massage heeft gegeven, en (ii) dat huisgenoot enkele jaren na die datum heeft waargenomen dat aangeefster tijdens gesprekken over voorval “zichtbaar minder zelfverzekerd” was, dat huisgenoot aan aangeefster kon zien dat voorval haar bezig hield en dat aangeefster er, ook naar eigen zeggen, veel over piekerde. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- E.J. Hofstee
- N.F.M. van Osta
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
