ECLI:NL:HR:2024:648
Hoge Raad · 21-05-2024 · zaaknummer 22/02058
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op saldo van en/of-rekening van klager en zijn zakenpartner tegen wie strafvervolging is ingesteld vanwege verdenking t.z.v. als leider deelnemen aan criminele organisatie, overtreding van Wet op kansspelen en witwassen. Derdenbeslag. Moet klager als ‘enige’ eigenaar van saldo op naam van klager en belanghebbende gestelde en/of-rekening worden aangemerkt? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2010:BL2823 m.b.t. aan te leggen maatstaf in geval ex art. 94a Sv beslag is gelegd en een derde in beklagprocedure ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt. Rb heeft overwogen dat “betoog van advocaat dat klager als ‘enige’ eigenaar van saldo op naam van klager en/of belanghebbende gestelde bankrekening moet worden aangemerkt”, niet kan slagen, “gelet op aard van een en/of-rekening”. Het daarin besloten liggende oordeel dat niet buiten redelijke twijfel is dat klager als enige rechthebbende op dat banksaldo kan worden aangemerkt, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat o.g.v. art. 6:16 BW ieder van mede-rekeninghouders van gezamenlijke bankrekening als schuldeiser jegens bank recht heeft op geheel saldo van die rekening. Volgt verwerping. CAG: anders.
Advocaten
- R.A.J. Verploegh
- T.N.B.M. Spronken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
