ECLI:NL:HR:2024:560
Hoge Raad · 09-04-2024 · zaaknummer 22/00959
Inhoudsindicatie
Medeplichtigheid aan telen van hennep in uitoefening van beroep of bedrijf (art. 3B jo. 11.3 Opiumwet). 1. Bewijsklacht. Betrouwbaarheid verklaringen van getuigen. 2. Kon hof oordelen dat gebruik van verklaring van getuige voor bewijs verenigbaar is met art. 6 EVRM, nu getuige zich ttz. in hoger beroep op zijn verschoningsrecht heeft beroepen? 3. Bewijsklacht pleegperiode. 4. Bewijsklacht medeplichtigheid van verdachte. Kan uit de voor bewijs gebruikte verklaring van getuige worden afgeleid dat verdachte heeft geholpen bij oogsten van hennep of dat hij behulpzaam is geweest bij ruimen van restanten van hennepoogst? HR: art. 81.1 RO. Samenhang met 22/00928 P, 22/00930 P, 22/00932, 22/00938 en 22/00960 P.
Advocaten
- B.F. Keulen
- G.J.P.M. Grijmans
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
