ECLI:NL:HR:2024:442
Hoge Raad · 26-03-2024 · zaaknummer 22/03732
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94/94a Sv op diverse voorwerpen onder ouders van destijds 14-jarige klager i.v.m. verdenking tegen zijn vader t.z.v. deelname aan criminele organisatie en handel in verdovende middelen en verdenking tegen zijn moeder t.z.v. witwassen. Rb heeft klaagschrift ongegrond verklaard, omdat strafvorderlijk belang zich verzet tegen opheffing van beslag. Kon Rb in het midden laten of klager als rechthebbende kan worden aangemerkt en, zo ja, of zich situatie van art. 94a.4 Sv voordoet? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:2144 m.b.t. te hanteren maatstaven als ex art. 94a Sv beslag rust op voorwerp en derde in beklagprocedure ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt en voegt daaraan toe dat aan die maatstaven niet zonder meer afdoet dat die derde minderjarig is. Uit overwegingen Rb blijkt niet dat zij die maatstaven heeft aangelegd bij beoordeling van klaagschrift. Daarom is beschikking ontoereikend gemotiveerd. Dit hoeft echter niet tot cassatie te leiden, omdat Rb ongegrondverklaring van beklag tevens heeft doen steunen op oordeel dat belang van strafvordering (meer i.h.b. het aantonen van w.v.v.) in zaak tegen moeder het voortduren van het o.g.v. art. 94 Sv gelegde beslag vordert. Over dit oordeel wordt in cassatie niet geklaagd. Gelet hierop heeft klager onvoldoende belang bij vernietiging en terugwijzing. Volgt verwerping. Samenhang met 23/00236 B.
Advocaten
- T.N.B.M. Spronken
- Y. Moszkowicz
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
