ECLI:NL:HR:2024:269
Hoge Raad · 27-02-2024 · zaaknummer 22/00312
Inhoudsindicatie
Profijtontneming, w.v.v. uit hennepteelt. Art. 416.2 Sv. Moet adres dat is genoemd in “bevel schorsing overleveringsbewaring” van R-C, dat bij cassatieschriftuur is gevoegd, worden aangemerkt als verblijfplaats van betrokkene a.b.i. art. 36e.1.b.2 Sv? Oproeping voor tz. in hoger beroep is verzonden naar adres van betrokkene in België. O.g.v. de in cassatie overgelegde kopie van bevel van RC van 24-11-2021 (aan herkomst en betrouwbaarheid waarvan in redelijkheid niet hoeft te worden getwijfeld) moet ervan worden uitgegaan dat in deze zaak, toen oproeping voor tz. in h.b. van 24-1-2022 werd betekend, het daarin genoemde adres als verblijfplaats van betrokkene in de zin van art. 36e.1.b.2 Sv had te gelden en dat dus, achteraf bezien, de aanbieding van oproeping op dat in bevel van RC genoemde adres had moeten plaatsvinden. Die aanbieding heeft, gelet op stukken, echter niet plaatsgevonden. Gelet hierop is ’s-hofs oordeel dat oproeping voor tz. in h.b. rechtsgeldig is betekend, onjuist. HR verklaart betekening van oproeping in h.b. nietig.
Advocaten
- D.J.C. Aben
- M.P.M. Balemans
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
