ECLI:NL:HR:2024:262
Hoge Raad · 27-02-2024 · zaaknummer 22/04163
Inhoudsindicatie
Medeplegen witwassen geldbedrag (art. 420bis.1.b Sr). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Wist verdachte dat geld van misdrijf afkomstig is? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: Bewijsvoering hof houdt in dat bedrag van € 10.159,25, welk bedrag afkomstig is van oplichting, is gestort op rekening van A. Verder houdt die in dat verdachte op diezelfde dag een vrijwel gelijk bedrag heeft opgenomen van deze rekening, die niet op naam van verdachte staat. Dit bedrag heeft verdachte, wederom dezelfde dag, afgegeven aan ander en van dit feit heeft hij meteen mededeling gedaan aan weer een ander. Ten slotte heeft hof vastgesteld dat verdachte met ditzelfde geldbedrag heeft geposeerd op foto. Voor grootste deel van deze gang van zaken heeft verdachte geen verklaring gegeven. Slechts van geld op foto heeft hij gezegd dat dit nepgeld betrof. Hof heeft geoordeeld dat deze verklaring, mede gelet op feit dat verklaring pas in hoger beroep is afgelegd, als ongeloofwaardig moet worden beoordeeld. Onder deze omstandigheden is ’s hofs oordeel dat verdachte wist dat geldbedrag geheel en onmiddellijk afkomstig was uit enig misdrijf, niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. Samenhang met 22/04056 J.
Advocaten
- B.C. Swier
- M.E. van Wees
- V. van den Brink
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
