ECLI:NL:HR:2024:181
Hoge Raad · 06-02-2024 · zaaknummer 22/00461
Inhoudsindicatie
Verkopen, verstrekken en vervoeren van cocaïne, meermalen gepleegd (art. 2.B Opiumwet). Verweer strekkende tot bewijsuitsluiting van “aangetroffen wikkels en opgenomen telefoonverkeer” dan wel strafvermindering m.b.t. telefoontap en observatie, art. 359a Sv. 1. Heeft hof toereikend gemotiveerd beslist dat RC in redelijkheid kon oordelen dat sprake was van verdenking a.b.i. art. 126m.1 Sv, terwijl hof niet beschikte over het aan oordeel van RC ten grondslag liggende p-v? 2. Kon hof volstaan met constatering dat niet tijdig op schrift stellen van mondelinge machtiging door RC een onherstelbaar vormverzuim oplevert? 3. Kon hof oordelen dat uitgevoerde observaties niet geschikt zijn geweest om van bepaalde aspecten van persoonlijk leven van verdachte een min of meer compleet beeld te verkrijgen? HR: art. 81.1 RO.
Advocaten
- M. Berndsen
- M.E. van Wees
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
