ECLI:NL:HR:2024:1730
Hoge Raad · 10-12-2024 · zaaknummer 23/02615
Inhoudsindicatie
Aanzetten tot rassendiscriminatie (art. 137d.1 Sr) en groepsbelediging wegens ras (art. 137c.1 Sr). Ontvankelijkheid hoger beroep, art. 408.1.b Sv. Laatste woord, art. 283.6 jo. 283.3 Sv. Hof heeft met toepassing van art. 283.6 Sv zonder onderzoek in zaak het door verdachte ingestelde h.b. niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat beroep is ingesteld na verstrijken van daarvoor geldende wettelijke termijn. Uit p-v van tz. in h.b. blijkt niet dat aan verdachte het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in art. 283.6 jo. 283.3 Sv gegeven voorschrift niet is nageleefd. Dat leidt tot nietigheid van onderzoek en naar aanleiding daarvan gedane uitspraak (vgl. HR:2015:3250). Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- I.R. Rigter
- T.N.B.M. Spronken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
