ECLI:NL:HR:2024:1706
Hoge Raad · 10-12-2024 · zaaknummer 22/04296
Inhoudsindicatie
Rijden terwijl verdachte wist dat rijbewijs ongeldig was verklaard, meermalen gepleegd (art. 9.2 WVW 1994). Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kan uit omstandigheid dat medewerker van CBR tijdens telefoongesprek uitdrukkelijk en herhaaldelijk aan verdachte heeft medegedeeld dat zijn rijbewijs ongeldig is verklaard, worden afgeleid dat verdachte “wist” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2019:1146 m.b.t. wetenschapsvereiste om tot bewezenverklaring van een op art. 9.2 WVW 1994 toegesneden tll. te kunnen komen. Hof heeft telkens bewezenverklaard dat verdachte “wist” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Daaraan heeft hof mede ten grondslag gelegd dat (zoals is weergegeven in telefoonnotitie die als bewijsmiddel is gebruikt) op 11-1-2019 in telefoongesprek (een medewerker van) CBR uitdrukkelijk en herhaaldelijk aan verdachte heeft medegedeeld dat zijn rijbewijs op 26-4-2016 ongeldig is verklaard. Uit deze omstandigheid heeft hof kunnen afleiden dat verdachte (op 20-5-2020 en op 21-8-2020) “wist” dat zijn rijbewijs ongeldig was verklaard. Volgt verwerping.
Advocaten
- H.J.J. Hendrikse
- M.E. van Wees
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
