ECLI:NL:HR:2024:1705
Hoge Raad · 26-11-2024 · zaaknummer 23/03748
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. voorhanden hebben van voorwerpen t.b.v. bedrijfsmatige en grootschalige hennepteelt (art. 11a Opiumwet), valsheid in geschrift (art. 225.1 Sr) en vernieling (art. 350.1 Sr). Betekening dagvaarding in hoger beroep, art. 36e.3 Sv. Had afschrift van dagvaarding in h.b. moeten worden verzonden naar adres in Filipijnen waar verdachte als niet-ingezetene stond ingeschreven in BRP? HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: In aanmerking genomen dat uitreiking van dagvaarding in h.b. heeft plaatsgevonden aan OM omdat woon-of verblijfplaats van verdachte niet bekend is, terwijl uit akte instellen h.b. en Informatiestaat SKDB-persoon kan worden afgeleid dat van verdachte op moment van betekening een adres op Filipijnen bekend was en niet blijkt dat dagvaarding o.g.v. art. 36e.3 Sv is verzonden naar dit adres van verdachte in buitenland, is dagvaarding in h.b. niet rechtsgeldig betekend. HR verklaart betekening van dagvaarding in h.b. nietig.
Advocaten
- A.E. Harteveld
- S.V. Ramdihal
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
