Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2024:1702

Hoge Raad · 26-11-2024 · zaaknummer 22/03923

StrafrechtGepubliceerd 19-11-2024
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vernieling van tablet en telefoon, art. 350.1 Sr. Beroep op niet-ontvankelijkheid OM in vervolging, vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 316.1 Sr. Moet verdachte worden aangemerkt als “echtgenoot” a.b.i. art. 316.1 jo. 353 Sr, omdat hij volgens islamitische wetgeving met aangeefster is gehuwd? O.g.v. art. 316.1 Sr is strafvervolging van de in die bepaling bedoelde dader of medeplichtige uitgesloten als deze “niet van tafel en bed of van goederen gescheiden echtgenoot is van hem tegen wie misdrijf is gepleegd”. Is wel sprake van zo’n scheiding, dan kan die dader of medeplichtige wel worden vervolgd maar is in de in art. 316.2 Sr bedoelde gevallen een klacht vereist “van degene tegen wie misdrijf is gepleegd”. Alleen in geval van zo’n scheiding is dus sprake van zogenoemd relatief klachtdelict. In deze zaak staat echter uitleg van de in art. 316.1 Sr opgenomen vervolgingsuitsluitingsgrond centraal in het licht van verweer dat verdachte en aangeefster zijn gehuwd volgens islamitische wetgeving. Van (niet van tafel en bed of van goederen gescheiden) “echtgenoot” in de zin van art. 316.1 Sr is sprake in geval van t.t.v. begaan van tlgd. feit bestaand (a) huwelijk dat is gesloten o.g.v. Boek 1, Titel 5 BW, of (b) geregistreerd partnerschap dat is aangegaan o.g.v. Boek 1, Titel 5a BW, of (c) huwelijk dat rechtsgeldig buiten Nederland is gesloten en in Nederland voor erkenning in aanmerking komt o.g.v. Boek 10, Titel 3 BW (vgl. HR:2018:1053). Hof heeft vastgesteld dat verdachte en aangeefster zijn getrouwd volgens islamitische wetgeving maar niet voor Nederlandse wet. ‘s Hofs hierin besloten liggende oordeel dat verdachte niet kan worden aangemerkt als “echtgenoot” in de zin van art. 316.1 Sr en dat OM ontvankelijk is in vervolging van dit feit, getuigt niet van onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd. Daarbij neemt HR in aanmerking dat in hoger beroep door verdediging niet is aangevoerd dat t.t.v. tlgd. feit sprake was van huwelijk als hiervoor omschreven. V.zv. middel aanvoert dat in dit geval sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen doordat in Nederland volgens islamitische wetgeving gesloten huwelijk niet op één lijn wordt gesteld met huwelijk als hiervoor omschreven, bestaat voor die ongelijke behandeling (als al sprake is van gelijke gevallen die ongelijk worden behandeld) een redelijke en objectieve rechtvaardiging, nu vervolgingsuitsluitingsgrond van art. 316.1 Sr een uitzondering is op vervolgingsvrijheid van OM, terwijl met wettelijke regeling aan uitzondering een duidelijke en werkbare begrenzing is gegeven, waarmee rechtszekerheid is gediend (vgl. HR:2005:AT7587). Volgt verwerping. CAG: anders.

Advocaten

Partijen

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.