Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:HR:2024:1558

Hoge Raad · 05-11-2024 · zaaknummer 22/02060

StrafrechtGepubliceerd 31-10-2024
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bedreiging (art. 285.1 Sr). 1. Uitdrukkelijk onderbouwd standpunt t.a.v. gebruik van verklaringen van familie van slachtoffer als (steun)bewijs voor mondelinge bedreiging, art. 359.2 Sv. 2. Toewijzing vordering benadeelde partij t.z.v. immateriële schade a.g.v. bedreiging toereikend gemotiveerd? Ad 1. Wat raadsvrouw van verdachte ttz. in hoger beroep naar voren heeft gebracht over verklaring van dochter van slachtoffer (dochter heeft namens haar vader aangifte gedaan), die volgens verdediging niet als steunbewijs voor verklaring van slachtoffer zou mogen worden beschouwd voor tlgd. mondelinge bedreiging, kan niet anders worden opgevat dan als standpunt dat duidelijk, door argumenten ondersteund en voorzien van ondubbelzinnige conclusie aan hof is voorgelegd. Hof is in zijn uitspraak van dit uos afgeweken door verklaring van dochter van slachtoffer (aangifte namens slachtoffer) naast verklaring van slachtoffer voor het bewijs te gebruiken. Motivering van deze afwijking ligt besloten in de voor bewijs gebruikte verklaring van verdachte, die o.m. inhoudt: “Ik zeg u dat ik aangevers zeker weten heb bedreigd. Op de beurs in Rijswijk heb ik hen gezien”. Hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk geoordeeld dat die verklaring van verdachte voldoende steun geeft aan verklaring van slachtoffer, zoals deze mede is overgebracht door zijn dochter. Hof was niet o.g.v. art. 359.2 Sv gehouden tot nadere motivering van bewezenverklaring (vgl. HR:2006:AU9130). Ad 2. Hof heeft vordering tot vergoeding van immateriële schade van b.p. toegewezen tot bedrag van € 200, vermeerderd met wettelijke rente. Mede in aanmerking genomen dat deze vordering namens verdachte gemotiveerd is betwist, is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd. Daarbij is van belang dat uit overwegingen van hof niet kan worden afgeleid op welke in art. 6:106 BW vermelde grond en op welke door hof vastgestelde omstandigheden het hof de toewijzing van dit deel van vordering van b.p. heeft gebaseerd. Dat brengt mee dat ook oplegging van de in art. 36f Sr voorziene maatregel niet in stand kan blijven (vgl. HR:2019:901). Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. vordering b.p. en oplegging schadevergoedingsmaatregel en terugwijzing. CAG: anders t.a.v. uos.

Advocaten

Partijen

  • [benadeelde]

    benadeelde · onbekend

  • [verdachte]

    verdachte · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.