ECLI:NL:HR:2024:1432
Hoge Raad · 15-10-2024 · zaaknummer 22/02803
Inhoudsindicatie
Mishandeling van zijn levensgezel door zijn toenmalige vriendin met zijn vuisten tegen haar hoofd te slaan, art. 304.1 jo. 300.1 Sr. Bewijsklacht. Kan toenmalige vriendin van verdachte worden aangemerkt als ‘zijn levensgezel’ a.b.i. art. 304.1 Sr? HR: Om redenen vermeld in CAG is klacht gegrond. Dit behoeft echter bij gebrek aan belang niet tot cassatie te leiden. Uit ’s hofs strafmotivering hof blijkt immers niet dat het zijn van ‘levensgezel’ in strafverzwarende zin is betrokken bij strafoplegging, terwijl aard en ernst van wat verder is bewezenverklaard (verdachte is ook veroordeeld voor handelen in strijd met huisverbod en mishandeling) door het wegvallen van deze omstandigheid uit bewezenverklaring ook niet worden aangetast. CAG: Doorslaggevend in begrip ‘levensgezel’ is nauwe persoonlijke betrekking van zekere hechtheid. Het moet gaan om relatie die qua hechtheid vergelijkbaar is met die tussen echtgenoten of geregistreerde partners. Bewijsmiddelen houden helemaal niets in over bewezenverklaard onderdeel ‘levensgezel’, met name niet over aard en hechtheid van betrekking tussen verdachte en zijn toenmalige vriendin. Volgt verwerping. CAG (anders t.a.v. strekking): vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- M.E. van Wees
- R.J. Baumgardt
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
