ECLI:NL:HR:2024:1406
Hoge Raad · 15-10-2024 · zaaknummer 23/01932
Inhoudsindicatie
Beklag, beslag ex art. 94a Sv op personenauto onder ander (familielid van klager) i.v.m. de tegen die ander aanhangige ontnemingsprocedure, waarna klager stelt eigenaar van auto te zijn. Heeft Rb juiste maatstaf toegepast? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2018:2144 m.b.t. te hanteren maatstaven als o.g.v. art. 94a Sv beslag rust op voorwerp en derde in beklagprocedure ex art. 552a Sv om teruggave verzoekt. Uit overwegingen Rb blijkt niet dat zij deze maatstaf heeft aangelegd bij beoordeling van klaagschrift. Tot cassatie hoeft dit echter niet te leiden. Rb heeft geoordeeld dat er sterke aanwijzingen zijn dat auto niet aan klager, maar aan ander toebehoort. Daaraan heeft Rb ten grondslag gelegd dat auto nabij woning van ander in beslag is genomen, dat auto t.t.v. inbeslagneming op naam van die ander stond en dat verklaring van klager hierover niet geloofwaardig is. In dat niet onbegrijpelijke oordeel ligt besloten dat niet buiten redelijke twijfel staat dat klager als eigenaar van inbeslaggenomen auto moet worden aangemerkt. Klager heeft bij vernietiging en terugwijzing dan ook geen belang, nu Rb o.g.v. oordeel het klaagschrift ongegrond had moeten verklaren. Volgt verwerping. CAG (anders t.a.v. strekking): vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 22/02398 P (niet gepubliceerd; ontnemingszaak tegen ander, art. 80a RO).
Advocaten
- R.A.J. Verploegh
- T.N.B.M. Spronken
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
