ECLI:NL:HR:2024:1395
Hoge Raad · 08-10-2024 · zaaknummer 23/04743
Inhoudsindicatie
Art. 416.2 Sv na veroordeling t.z.v. openlijke geweldpleging (art. 141.1 Sr) en belediging politieambtenaren (art. 266.1 jo. 267.1.2 Sr). Aanhoudingsverzoek door niet-gemachtigde raadsman ttz. in hoger beroep gedaan op grond dat verdachte mogelijk geen weet heeft van zitting en tot ongewenst vreemdeling is verklaard en is uitgezet naar Polen, door hof afgewezen omdat niet aannemelijk is geworden dat verdachte van aanwezigheidsrecht gebruik wil maken. HR: Om redenen vermeld in CAG slaagt middel. CAG: Aan verzoek is o.m. ten grondslag gelegd dat verdachte mogelijk niet op hoogte was van zitting. Hof heeft niet vastgesteld dat oproeping in h.b. aan verdachte in persoon was uitgereikt of dat verdachte anderszins op hoogte was geraakt van datum van tz. en heeft dus niet geoordeeld dat deze aan verzoek ten grondslag gelegde omstandigheid niet aannemelijk was. Dit oordeel heeft hof ook niet geveld over andere aangevoerde reden, te weten dat verdachte ongewenst was verklaard en was uitgezet. Onder die omstandigheden diende hof belangenafweging te maken. Hof heeft er in motivering van afwijzing van aanhoudingsverzoek geen blijk van gegeven die afweging te hebben gemaakt. ‘s Hofs afwijzende beslissing is daarmee ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
Advocaten
- D.J.M.W. Paridaens
- N. van Schaik
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
